
De Natuur en Milieufederatie Groningen tekende beroep aan tegen het verdiepen van de vaargeul door de Waddenzee naar de Eemshaven. Door de verdieping wordt de Eemshaven een diepzeehaven die dan zelfs door grotere schepen bereikt kan worden dan de haven van Antwerpen. In de visie van de Milieufederatie past dit niet in de Waddenzee die vorig jaar werd opgenomen op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
Vaargeulverdieping is schadelijk voor de natuurlijke biodiversiteit. En dat terwijl het nú al slecht gaat met de Waddenzee en Eemsmonding.De Waddenzee vormt het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland. In deze getijdenzee brengt de vloedstroom twee keer per dag voedingsstoffen naar de wadden. Twee keer per dag stroomt het water met eb weer weg en vallen de platen droog.
De Waddenzee is een paradijs voor foeragerende vogels en als kraamkamer van talrijke vissoorten is zij van groot belang voor de natuur in de Noordzee. Omdat het gebied zo ontzettend belangrijk is voor de natuur wordt het beschermd via allerlei wetten en verdragen en kreeg het zelfs de status van Werelderfgoed. En toch: het gaat steeds slechter met de Waddenzee.
Getij
Bij elk getij wordt een enorme hoeveelheid water verplaatst. Bij opkomend tij stijgt het water bij Delfzijl wel 3 meter. Dat stromende water schuurt geulen uit en neemt slib mee. Op plekken waar het water tot rust komt, zoals op de kwelders en boven zandplaten, zakt het slib naar de bodem. Onder natuurlijke omstandigheden ontstaat hierin een evenwicht.
Er wordt wel wat zand en slib verplaatst, maar het voedselrijke water is niet erg troebel en zonlicht kan er nog vrij diep in doordringen. Daardoor kunnen er veel algen groeien die aan de bron staan van een rijke voedselketen. Problemen ontstaan als het water bij grote stroomsnelheden troebel wordt. Dat is bijvoorbeeld het geval in de Eemsmonding.

Kanalisatie en baggeren
Sinds de afsluiting van Zuiderzee en Lauwerszee is de Eems de enige getijdenrivier die nog in de Nederlandse Waddenzee uitkomt. Bij vloed stroomt het zoute zeewater de rivier op en bij eb drukt het zoete rivierwater het zout weer terug. Op de plek waar zoet en zout water vermengen ontstaat de grootste troebelheid.
Het stroomgebied van de Eems is de afgelopen 100 jaar drastisch veranderd. Bij Herbrum in Duitsland werd de Eems met een sluis afgesloten, grote delen werden gekanaliseerd en de kwelders langs de rivier ingepolderd. Ook grote delen van de Dollard werden ingepolderd. Voor de ontwikkeling van de havens van Delfzijl en Emden werd de vaargeul van Emden naar de Noordzee verdiept. Om de cruiseschepen van de Meyer-werf in Papenburg vrije doortocht te verlenen wordt ook de Eems van Papenburg naar Emden uitgebaggerd. Ook wordt dan het Emssperrwerk - een stormvloedkering - gesloten om het waterpeil van de Eems te verhogen.
Modderstroom
Door al deze ontwikkelingen is in de monding van de Eems van een natuurlijke situatie allang geen sprake meer. Door de onnatuurlijk diepe en rechte geulen stroomt de vloed nu veel sneller en sterker landinwaarts en neemt zij veel meer slib op. Die vloedstroom stuit op harde dijken en vloeit niet meer uit over kwelders. Het slib krijgt amper kans om te bezinken, zodat enkele uren later de ebstroom al bijna net zo troebel is als de vloedstroom.
Op de Eems botsen zoet en zout water met zoveel kracht op elkaar, dat de rivier meer wegheeft van een zuurstofarme modderstroom. Vissen kunnen de Eems niet meer op- en afzwemmen. De hoeveelheid slib in het water van de Eems is sinds 1954 vervijfvoudigd.
Eemshaven en Antwerpen
In de Eemshaven worden momenteel twee kolencentrales gebouwd. De kolen moeten worden aangevoerd met grote schepen, anders is het economisch niet rendabel. Daarom wil de overheid de vaargeul tussen de Eemshaven en de Noordzee nog verder uitbaggeren naar een diepte van 15,5 meter. Daarmee kan de Eemshaven zelfs grotere schepen ontvangen dan de haven van Antwerpen. Volgens Rijkswaterstaat kan dat geen kwaad: het baggeren zorgt nauwelijks voor toename van de vertroebeling. Bovendien is de schade door andere ingrepen al zo groot dat de gevolgen van deze ingreep ‘niet significant’ zijn.
De Natuur en Milieufederatie Groningen voorziet wel problemen. De stroomsnelheid neemt toe en daarmee ook de vertroebeling. Wij zijn het met Rijkswaterstaat eens dat de Eemsmonding ernstig ziek is. Een gezonde en levende Eems is alleen mogelijk is als de baggerwerkzaamheden fors worden teruggedrongen.
NB: De volgende organisaties ondersteunen het beroep tegen de vaargeulverdieping naar de Eemshaven:
- Natuur en Milieufederatie Groningen
- Waddenvereniging
- Het Groninger Landschap
- Natuurmonumenten
- Vereniging Zuivere Energie
Lees meer over de vaargeulverdieping en het beroep hiertegen >>
Contactpersoon: Erik de Waal (e.dewaal@nmfgroningen.nl)