24 juni 2010 - De Natuur en Milieufederaties Groningen en Drenthe pleiten voor de start van een brede maatschappelijke discussie. Zij zien het risico dat met de aanwijzing van potentiële opslaglocaties, de discussie zich alleen nog richt op de locatiekeuze voor CO2 opslag. Met alleen de omwonenden als doelgroep. Dat zou naar de mening van de Natuur en Milieufederaties niet het geval moeten zijn. Los van de discussie over locatiekeuze hoort een debat plaats te vinden met bredere lagen van de bevolking in Noord-Nederland. Een debat dat moet gaan over nut en noodzaak van CCS, de veiligheid en haalbaarheid van de techniek en de plaats van CCS in een effectief klimaatbeleid en verantwoord bodemgebruik. Met een brief aan de Tweede Kamer hebben de Ministers van Economische Zaken en VROM op donderdag 24 juni 2010 bekend gemaakt welke locaties in Noord-Nederland in aanmerking komen voor ondergrondse opslag van CO2. De voorkeur van het Rijk gaat uit naar de locaties Boerakkker, Sebaldeburen en Eleveld. Daarnaast ziet het Rijk mogelijkheden in de lege gasvelden van Annerveen, Bedum, Grootegast, Roden en Ureterp. Zuidwal (in de Waddenzee) wordt genoemd, maar lijkt geen reële optie.
Het is nu tijd om met alle lagen van de bevolking in gesprek te gaan over de opslag van CO2 onder de grond (CCS). Dat stellen de Natuur en Milieufederaties Groningen en Drenthe na de bekendmaking door het Rijk. Onder burgers leven nog veel vragen over nut en noodzaak, veiligheid en de gevolgen voor de directe woonomgeving. De beide Natuur en Milieufederaties zullen op een zo kort mogelijke termijn initiatieven nemen om een breed maatschappelijk debat in Noord Nederland tot stand te brengen.
De vragen over, en kanttekening bij CCS, horen thuis in een open maatschappelijke discussie waarvan de uitkomst niet al bij voorbaat vaststaat. De discussie moet worden gevoed door onafhankelijke en controleerbare informatie over de klimaatproblematiek, de toegepaste techniek en de risico’s van CCS. Het is vooral belangrijk dat het Rijk de uitkomsten van de discussie mee laat wegen in het besluitvormingsproces. De Natuur en Milieufederaties willen daarom op korte termijn een aantal stappen nemen om zo’n maatschappelijk debat op gang te brengen, bij voorkeur in overleg met alle betrokken partijen. Daarnaast willen zij waarborgen dat ongekleurde technische informatie beschikbaar is.
Planning
Tot medio 2011 zal worden onderzocht of de voorgestelde locaties ook werkelijk geschikt zijn als het gaat om capaciteit, geschiktheid van de bodem, de transportmogelijkheden en de acceptatie door omwonenden. De Natuur en Milieufederaties pleiten er voor in de besluitvorming ook de resultaten van de maatschappelijke dialoog te betrekken.
Contactpersoon: Siegbert van der Velde (s.vandervelde@nmfgroningen.nl)