
Met een brief van de Ministeries van EZ en VROM aan de noordelijke gemeentebesturen en provincies , is eind april een eerste stap gezet naar afvang en opslag van CO2 in Noord-Nederland. Op korte termijn zal het Rijk tien locaties bekend maken die hiervoor in aanmerking komen. Tegelijk zal worden gestart met een zogenaamde plan-MER. Daarmee wordt de opslag van CO2 onder Noord-Nederland in één klap zeer actueel. De Natuur en Milieufederatie Groningen volgt de ontwikkelingen op de voet. Opslag van CO2 in de bodem roept veel vragen op. De Natuur en Milieufederatie vindt het noodzakelijk dat onafhankelijke kennis beschikbaar komt en dat er een brede maatschappelijke dialoog in Noord-Nederland wordt georganiseerd over nut en noodzaak van CCS.
Onder klimaatwetenschappers en politici bestaat consensus dat CCS een noodzakelijke stap is in de overgang naar een duurzame energievoorziening en daarmee ook noodzakelijk is voor een geloofwaardig klimaatbeleid. Tegelijkertijd wordt die conclusie in brede lagen van de bevolking niet gedeeld en ontstaat er steeds meer twijfel over de klimaatproblematiek. De thema’s zijn ingewikkeld en abstract. Bovendien ontbreken ook vaak inspirerende voorbeelden.
Toch zal de burger in Noord-Nederland zich niet lang meer kunnen onttrekken aan de ontwikkelingen rond de opslag van CO2. Op 27 april ontvingen alle lokale bestuurders in Groningen, Fryslân en Drenthe een brief van de ministeries van VROM en EZ, waarin ze worden geïnformeerd over het selectieproces voor de keuze van de opslaglocaties en over de procedures voor het vaststellen van het tracé van transportleidingen naar deze locaties.
De brief vermeld ook dat een grootschalig CCS-project in Noord-Nederland onder de Rijks Coördinatie Regeling zal vallen. Dat houdt in dat de Minister van EZ verantwoordelijk is voor de coördinatie van de benodigde besluiten en vergunningen. De regeling is bedoeld om belangrijke projecten in de besluitvorming en vergunningverlening te versnellen. Voor Noord-Nederland wil het Rijk nog dit najaar de procedure voor een plan-MER starten.
Dat betekent dat de initiatiefnemers al voor de zomer met concrete opslaglocaties moeten komen, naar alle waarschijnlijkheid vlak na de Tweede Kamerverkiezingen. De Natuur en Milieufederatie Groningen volgt de ontwikkelingen op de voet en stelt een aantal belangrijke randvoorwaarden.
Vragen rond CCS
Onder burgers leven nog veel vragen over nut en noodzaak van CCS, de veiligheid van transport en opslag en wat het effect van een dergelijk project is op de huizenprijzen. Ook vraagt men zich af waarom CCS deels met subsidie en niet op kosten van de energiemaatschappijen wordt gerealiseerd. Stuk voor stuk vragen die thuishoren in een open maatschappelijke debat, gevoed door onafhankelijke en controleerbare informatie over de klimaatproblematiek, de techniek en de risico’s van CCS.
Breed maatschappelijk debat
Het versnellen van de procedure heeft vooral te maken met de omvangrijke Europese subsidie van 180 miljoen euro die de initiatiefnemers hopen te verwerven. Voor Noord-Nederland is de initiatiefnemer een consortium van bedrijven en instellingen verenigd in de Stichting CCS Noord-Nederland: Energy Valley, Gasunie, Groningen Seaports, NAM, NOM, Nuon en RWE.
De Natuur en Milieufederatie Groningen vindt dat een snelle procedure een brede maatschappelijke dialoog niet in de weg mag staan. Inspraak van burgers, maatschappelijke organisaties en lokale overheden in Groningen, Fryslân en Drenthe moet voldoende ruimte krijgen. Het is belangrijk niet opnieuw voorbij te gaan aan de noodzaak tot een open maatschappelijk debat rond afvang en opslag van CO2, zoals in Barendrecht wel is gebeurd.
De Natuur en Milieufederatie Groningen is verder van mening dat het Rijk de verplichting heeft om de mening van de bevolking in Noord-Nederland te verwerken in het CCS-beleid en in de planvorming. Daarnaast vindt de Natuur en Milieufederatie dat het Rijk moet zorgen voor een geloofwaardig klimaatbeleid en een samenhangend bodembeleid. CCS kan niet als geïsoleerde maatregel worden benaderd en de bevolking van Noord-Nederland zal garanties willen dat CCS niet de weg opent voor ondergrondse opslag van andere afvalstoffen.
Lange termijn
In de omschakeling naar schone energie kan CCS - tijdelijk en op beperkte schaal - bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot van CO2. Noord-Nederland is hiervoor geschikt vanwege de aanwezigheid van CO2-puntenbronnen en (vrijwel) lege gasvelden. Zo biedt CCS een tijdelijke oplossing in de energietransitie naar duurzame bronnen. Voor de Natuur en Milieufederatie blijft uitgangspunt dat voor de energievoorziening ingezet moet worden op duurzame en hernieuwbare energiebronnen.
Contactpersoon: Siegbert van der Velde (s.vandervelde@nmfgroningen.nl)